Voor de scholen zijn er sinds enkele jaren de zogenaamde Protocollen Leesproblemen en Dyslexie. Deze protocollen zijn ontwikkeld door het Expertisecentrum Nederlands vanuit de Radboud Universiteit Nijmegen.
Voor zorgverleners in de dyslexiezorg is het Protocol Diagnose en Behandeling (Blomert, 2006) ontwikkeld in opdracht van het College voor Zorgverzekeraars (CVZ). Dit protocol biedt richtlijnen voor de diagnosestelling en de behandeling van dyslexie. De basis voor dit protocol is wetenschappelijk onderzoek door o.a. de Universiteit van Maastricht naar de effectiviteit van bestaande behandelingen. Ten aanzien van de diagnosestelling heeft men zich gebaseerd op de nieuwste inzichten en wetenschappelijke (internationale) studies naar dyslexie.
Dit protocol is voor zorgverleners verplicht gesteld om te gebruiken en te volgen. Onderwijszorg Nederland heeft haar gestandaardiseerde onderzoeksprotocollen en de behandeling daar eveneens op gericht.
Bij de diagnosestelling wordt de indicatiestelling volgens de richtlijnen van het protocol Diagnose en Behandeling opgesteld. Aanvullend wordt bij de diagnosestelling de richtlijn van de Stichting Dyslexie Nederland (SDN) gevolgd. De SDN vereist naast alleen het geven van de diagnose van dyslexie, ook een uitbreiding van de diagnose door de ernst van de dyslexie te classificeren, de mogelijke oorzaken / diverse tekorten te benoemen en een handelingsgerichte diagnose te stellen.
Wanneer u voor onderzoek bij Onderwijszorg Nederland komt, kunt u dus rekenen op een kwalitatief hoogwaardig onderzoek, waarbij de individuele vaardigheden van het kind centraal staan. U kunt een kindgericht advies verwachten waarbij wanneer behandeling geïndiceerd is, een individueel behandelplan wordt opgesteld. Wanneer behandeling niet geïndiceerd is, omdat bijvoorbeeld sprake is van bijkomende problematiek of omdat de dyslexie niet ernstig genoeg is, zult u eveneens een kindgericht advies krijgen. U bent immers met een hulpvraag bij Onderwijszorg Nederland gekomen. De onderzoeker zal in dat geval met u en de school samen bespreken wat de vervolgstappen kunnen zijn.